Driemaal Zeijsig in Cochin tijdens de VOC periode

Van al de mannen en vrouwen die tussen 1602 en 1795 vertrokken zijn uit Gorinchem om met de VOC en de WIC hun geluk elders te beproeven, is globaal slechts 25 % ooit weer terug gekomen. De rest, en dat zijn er dan naar mijn huidig inzicht stand december 2022, een dikke tweeduizend, zijn nooit meer naar Nederland gerepatrieerd. Een substantieel deel zal al binnen een paar jaar gestorven zijn aan tal van tropische aandoeningen of omgekomen zijn bij gevechten. Zij die de eerste jaren overleefden, hadden grote kans om oud te worden, stichtten vaak een gezin en bleven definitief weg uit Nederland.

Daardoor ontstond een bijzondere samenleving binnen de handelsposten van de VOC. Nederlandse mannen trouwden vaak mestieze (mixties) vrouwen, een term voor een vrouw of man waarvan één ouder, meestal de vader, Europees was. Werden kinderen van een Europese vader niet binnen een wettig huwelijk geboren en alsnog gewettigd dan was de status van de vader bepalend. Deed hij dit niet dan was de status van de moeder bepalend. Was zij een mesties dan werden de kinderen ook zo opgenomen in de bevolkingsadministratie. Was de moeder een inlandse vrije christelijke vrouw dan werden de kinderen mardijkers.

De VOC registreerde nauwkeurig wie er binnen de door hen bestuurde gebieden tot welke bevolkingsgroep behoorde vanwege de rechten en plichten ten opzichte van de bewoners en de VOC vice versa, want in de VOC gebieden heerste het Nederlands recht. In de christelijke kerken werden doop-, trouw- en begraafregisters bijgehouden. Kinderen konden naar Nederlandse scholen, notarissen of bevoegde ambtenaren legden transporten, verklaringen en testamenten vast en er werd recht gesproken tot aan de doodstraf toe.

 

Voor de wezen was een weeskamer verantwoordelijk voor het beheer van de boedels. Feitelijk was de Nederlandse samenleving in het klein overgeplant binnen iedere handelspost van de VOC en iedereen die ooit dienst had genomen bij de VOC of zich als vrijburger had gevestigd, was daaraan onderworpen. Ongetwijfeld leven er op veel plaatsen op de wereld nog families die vaak al honderden jaren geleden gesticht zijn door iemand uit Gorinchem. In een heel enkel geval zijn daar bewijzen van te vinden.

 

Jeremias Zeisig

  De Zeven Verenigde Provinciën, zoals Nederland aangeduid werd in een deel van de 17e en 18de eeuw, had geen eigen leger maar maakte gebruik van vreemdelingenlegers. Een bonte mengelmoes van Engelsen, Fransen, Duitsers en Ieren lag ook vaak in garnizoen in Gorinchem. Waarschijnlijk was Jeremias Zeijsig, huursoldaat van het Keizerlijke leger van Wurtemburg, één van hen. Hij vond in Schelluinen de vrouw van zijn dromen: Cornelia Leenderts Bree, dochter van de schout van Schelluinen. Hij trouwde met haar op 21 november 1700. Het was een moetje want op 25 mei 1701 werd hun zoon Christiaan gedoopt in de kerk van Schelluinen. Voordat Christiaan zeven was, overleed zijn moeder en bleef hij alleen achter met zijn vader die in december 1707 ervoor koos om met het jongere zusje van zijn vrouw te trouwen. Uit dit tweede huwelijk met Pieternella werd tussen 1708 en 1713 vier maal een dochter geboren met de naam Maria Elisabeth. Zij stierven allemaal vlak na de geboorte. Op 18 januari 1722 werd een zoon Leendert ten doop gehouden in Schelluinen.[i] Deze tweede zoon zou niet door zijn vader opgevoed worden want Jeremias overleed voor 23.9.1724, toen zijn weduwe hertrouwde met Bernard Adolph de Prato, dominee in Hoogblokland.

 

[i] RAG doop- en trouwboeken Schelluinen

Christiaan Zeijsig (1701-1740)

  Een deel van zijn jeugd is Christiaan in huis bij schoolmeester Ambrosius Kool waar hij leerde lezen, schrijven en rekenen en bij een tante en oom met een bakkerij. Zijn kleine broertje Leendert, geboren in januari 1722, zal hij amper hebben gekend want hij vertrok in april 1722 met de Haaksburg van de kamer Amsterdam als soldaat. Het schip arriveerde in Batavia op 28 januari 1723. Vanuit Batavia ging hij naar de kust van Malabar. Van 1724 tot 1726 verbleef hij in Cochin, daarna in Coijlang. In 1727 kwam hij terug in naar Cochin maar in 1734 werd hij overgeplaatst naar Cannanoor. Ondertussen werd hij bevorderd van lanspassaat naar boekhouder en pakhuismeester. Met grote regelmaat zijn zijn bevindingen terug te vinden in het archief van Cochin. Ondertussen is hij ook een getrouwde man. Hij heeft gekozen voor Dorothea Vooght, geboren in Ciolan als dochter van Barend Vooght uit Zutphen en Maria Persoon, een mestieze vrouw. Samen kregen zij drie kinderen. Een zoon Jeremias werd geboren rond 1734 in Cannanoor en twee dochters. Het gezin komt in 1739 terug naar Cochin. Christiaan overleed 23 april 1740 in zijn huis in Cochin zonder testament opgemaakt te hebben. Bij het overzicht van 1741 staan alleen zijn weduwe en een zoon vermeld. De twee dochters moeten dus in hetzelfde tussenliggende jaar overleden zijn als hun vader.

 

Dorothea bleef ruim 3 jaar alleen met haar zoontje Jeremias voor zij op 27 december 1743 hertrouwde met Joan Kleijn van Naumburg, boekhouder en secretaris van de Raad van Justitie. Helaas was het geluk van korte duur. Joan overleed 12 april 1745. Weer bleven moeder en zoon samen over maar was zij wel de enige erfgenaam van haar overleden man. Opnieuw verlaat zij Cochin.

 

Jeremias Zeijsig (1734-1806

 In 1751, als Jeremias zestien jaar oud is, treedt hij in dienst van de VOC als soldaat. Bevorderingen volgen tot assistent met fl 16,00 per maand en tot assistent met fl 24,00 per maand. Ook hij trouwde met een mestieze vrouw, Cornelia Elisabeth van der Weijden. Haar vader Teunis werd geboren in Brielle en haar moeder Regina Abrahams Troeff was waarschijnlijk in Cochin geboren. Met haar krijgt hij twee dochters: Cornelia Ernestina en in 1774 Dorothea Lambertina. Zou dit nieuws nog in Schelluinen aangekomen zijn of waren alle contacten al verbroken? 

 

Jeremias komt uit de bronnen niet naar voren als een zeer geslaagde man. In 1766 vormt hij een huishouden met 2 Europese vrouwen, 3 mestieze vrouwen, 2 inlandse mannen en een inlandse vrouw, 4 mannelijke tot slaafgemaakten en 3 vrouwelijke. Samen met zijn zestienen en een inkomen van fl 24,00 per maand. Hij lijkt een man met een kort lontje die zijn familieruzies openlijk voor iedereen uitvecht. Zo nodigde hij zijn oom in het openbaar uit “zijn gat te kussen” in die tijd een wel erg grove belediging. Zijn oom, ook geen lievertje, ging daarop naar de huisbaas van zijn neef en zegde de huur van diens woning op waardoor Jeremias met zijn hele aanhang op straat dreigde te komen staan.

 

Dorothea Lambertina Zeijsig  (1774-1800)

  Dorothea Zeijsig was pas vijftien jaar oud toen ze in april 1790 trouwde met de negentienjarige onderkoopman Johan Andries Daimichen. Zo jong trouwen was voor een meisje van Europese afkomst ongebruikelijk. Alles gebeurde bij haar op nog jonge leeftijd. Ze verloor haar moeder toen ze acht jaar was, kreeg haar eerste kind op zestienjarige leeftijd en bij haar overlijden was ze net zesentwintig jaar oud en moeder van drie kinderen. De oudste werd gedoopt op 30 oktober 1791 en kreeg de namen Johan Christiaan Jeremias. Johanna Christina Helena werd gedoopt op 10 november 1793. Het derde kind werd Godefrudus genoemd naar de net overleden broer van Johan. Hij werd 12 juli 1795 gedoopt en ten doop gehouden door de zus van Dorothea en haar man Cornelia Zeijsig en Abraham Gerritszn van der Sloot. Opvallend is het ontbreken van de vader van Dorothea en de moeder van Johan als doopgetuigen, ondanks dat zij beiden nog leefden[i].

 

 Zelfs een uitgebreide zoektocht door de archieven levert weinig extra informatie op over het leven van dit echtpaar. Ze leefden in een tijd waarin het gezag over Cochin na een korte en heftige strijd overgenomen werd door de Engelsen en de VOC-dienaren afgesneden werden van hun contacten met Batavia en Nederland. Nederlandse schepen kwamen niet meer aan op de rede van Cochin nadat de VOC vanaf 1794 geen kans meer had gezien schepen uit Nederland te laten vertrekken door enerzijds de Engelse blokkades en anderzijds het dreigende faillissement van de compagnie dat in 1796 zijn beslag kreeg. Niet alleen had de stad Cochin zware schade opgelopen bij de beschietingen door de Engelsen maar velen waren ook afgesneden van werk en inkomen. Johan en Dorothea waren beiden geboren in Cochin. Johan had een Duitse vader en een moeder die op de kust van Malabar was geboren. Dorothea had twee ouders die geboren waren op de Malabaarse kust en toch beschouwden zij zich zelf niet als daar thuis horend, zoals blijkt uit het weinige dat gevonden is over hen.

 

 

Graf Dororthea Lambertina Zeijsig te Cochin.  (Foto René van Dam 2020)
Graf Dororthea Lambertina Zeijsig te Cochin. (Foto René van Dam 2020)

 

 Eén van de weinige instituten van de VOC die werkzaam bleef was de Weeskamer. Niet alleen droegen zij zorg voor de wezen van VOC-dienaren maar fungeerden ook als een soort bank. Zij moesten het geld beheren van de wezen en daarom leenden zij ook geld uit en verstrekten hypotheken tegen een redelijk hoog rentepercentage. De enige manier om geld naar Europa vice versa te krijgen was het storten van het bedrag in de kas van de Weeskamer die daarvoor een op naam gestelde wissel afgaf die bij de Weeskamer van één van de Kamers van de VOC in Nederland geïncasseerd kon worden. De enige manier om de, vaak ongewenste, bemoeienis van de Weeskamer te ontlopen was het opmaken van een testament en daarin de Weeskamer uit te sluiten van de zorg over de wezen. Omdat de kinderen van Johan en Dorothea niet genoemd worden in de Weeskamer is het mogelijk dat zij een testament gemaakt hebben met een dergelijke uitsluiting of, en ook dat is niet uit te sluiten, de kinderen waren al voor hun moeder overleden. In ieder geval schrijft Johan op 1 september 1803 een briefje aan de Weeskamer waarin hij laat weten dat hij wegens de langdurige oorlogsonlusten zodanig achteruit geteerd is dat hij onmogelijk in staat was om voor eind augustus de tweejarige interest te voldoen van 300 rupya op zijn twee bij de weeskamer verhypotheekte woningen. Daarom verzoekt hij zijn schuld te verhogen met 300 rupya zodat, als hulp komt uit het vaderland, wat zij nu iedere dag verwachtten, hij dat zal kunnen betalen. Tenslotte zijn de panden veel meer waard dat er nu hypotheek op zit, gaat hij verder met zijn betoog, en is het niet verstandig de huizen onder huidige omstandigheden te verkopen want zij brengen nog niet de helft op van hun werkelijke waarde[i]. Gezien de hoeveelheid van dit soort brieven in het dossier is de nood hoog.

 

Johan beschouwde Nederland dus als het Vaderland. Het briefje aan de Weeskamer was in het Nederlands geschreven, zoals alle correspondentie in dit archief. Toch is te zien aan de handtekeningen onder de brieven dat de ondertekenaar een andere hand van schrijven had dan het regelmatige klerkenschrift waarin de brieven zijn opgesteld. De Weeskamer klaagde al in 1760 dat er maar zo weinig mensen waren die Nederlands spraken en schreven en de voertaal doorgaans Portugees was. Gedurende de hele achttiende eeuw is er nog geen hand vol Europese vrouwen terug te vinden dus vrijwel alle Europese mannen die aan de kust van Malabar blijven wonen hebben geen andere keus dan een vrouw te trouwen die daar geboren is. Vaak zijn dit vrouwen van een Europese vader en een moeder die deels Europees is. Hoe zat dat bij Dorothea en Johan?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

  geboren aan de kust van Malabar.

 

  geboren elders in Oost Indië

 

  geboren in Nederland

 

  geboren in Duitsland

 

 

 

Johan heeft zijn vrouw begraven op de Nederlandse begraafplaats in Cochin. Er staan nog de nodige grafmonumenten waarbij de tekst zover is vergaan dat niet meer is te achterhalen van wie de graven zijn. De geboorte- en overlijdensdatum van Dorothea kennen we alleen van haar graf op deze begraafplaats. Geboren 6 november 1774 en overleden 10 november 1800. Haar graf heeft de tand des tijds redelijk doorstaan. Door haar familiegeschiedenis uit te zoeken en die door te geven aan de stadsgidsen van Kochi, zoals de stad nu genoemd wordt, krijgt een stukje gezamenlijke geschiedenis een gezicht aan de hand van het monument dat haar man ooit voor haar oprichtte.

 

Wilt u meer lezen over de begraafplaats in Cochin en zijn bijzondere grafzerken ;

https://sharedcemeteries.net/nl/author/author/Valentine

 

Met dank aan Anneke Bode.

 

Bronnen:

RAG DTB Schelluinen

RAG DTB Gorinchem

Gens Nostra 1992, doop- en trouw boeken Cochin

NA 1.11.06.11_1546_0043 Weeskamer 1800-1803

NA 1.04.02.5790 scan 0099

NA 1.04.02.12455 scan 0022

NA 1.04.02.12470 scan 0047

NA 1.04.02.9026 scan 0097

NA 1.04.02.9027 scan 1222

NA 1.11.06.11.431 scan 0019

NA 1.04.02.9030 scan 0142

NA 1.11.06.11.309 scan 0043

NA 1.04.02.12475 scan 0005

NA 1.04.02.9039 scan 0432

NA 1.04.02.5828 scan 0194

NA 1.04.02.12497 scan 0061

NA 1.04.02.12502 scan 0050

NA 1.11.06.11.1207 scan 0004

NA 1.04.02.12522 scan 0007

NA 1.11.06.11.849 scan 00060ev

 

Copyright VC. Wikaart - Derkzen december 2022