“De geschiedenis is een discussie zonder einde.” Met die bekende uitspraak gaf de Utrechtse hoogleraar Pieter Geyl treffend de dynamiek weer van onze kijk op het verleden. Ook over Nederland en het slavernijverleden is de afgelopen jaren veel gezegd. Vaak in de vorm van felle debatten, maar soms ook met ruimte voor meer nuance.
Op 19 december 2022 bood minister-president Mark Rutte namens de Nederlandse staat excuses aan: postuum aan alle tot slaaf gemaakten wereldwijd die onder dat handelen hebben geleden, aan hun dochters en zonen, en aan al hun nazaten tot in het heden. De regering benadrukte dat het slavernijverleden een stevige plek moet krijgen in het onderwijs – de plek waar jongeren in aanraking komen met onze geschiedenis. Dit vormde voor veel mensen aanleiding om zich te verdiepen in dit verleden. Zo ook in Gorinchem.
Vier auteurs, Barend Bode, Anneke Bode-Huizer, Aron de Vries en Valentine Wikaart, doken in enkele aspecten van deze donkere bladzijden uit onze geschiedenis. Op 10 november delen zij de uitkomsten van hun onderzoek, vastgelegd in deel 38 van de Historische Reeks Oud-Gorcum. Soms zijn dat hoopvolle verhalen over bevrijding uit slavernij, maar vaak ook schrijnende getuigenissen van vernedering en lijfstraffen. Stuk voor stuk belangrijke bouwstenen voor die voortdurende discussie over ons verleden.
Aron de Vries schreef “over Gorinchemse moren en een zwarte indiaan”. Een aantal repatrianten keerden rijk terug uit de Oost en de West. Enkele van hen zijn terug te vinden in de doopboeken van Gorinchem. Hoe ging het hen verder?
Anneke Bode schreef “Mot om Misgunst”, Bemoeienis van de Gorcumse Weeskamer met een in Suriname gelegen plantage van de Giessen-Nieuwkerkse familie Van Heemskerk. Pieter van Heemskerk, een geboren Giessen Nieuwkerker, laat in 1768 Plantage Misgunst in Suriname na aan zijn arme verwanten in de Alblasserwaard. Die hebben daar, vanwege beperkende bepalingen in het testament, weinig profijt van. Een langslepend conflict volgt, waarbij ook de Gorcumse weesmeesters betrokken raken. Het gebakkelei eindigt in 1787 met de verkoop van de ook wel “Heemskerki” genoemde plantage aan de Motkreek.
Barend Bode schreef het artikel ”de afschaffing van de Slavernij per 1 juli 1863”. Als de Tweede Kamer zich in 1862 buigt over de wet die slavernij in het danmalige Nederlands West-Indië moet gaan afschaffen, voert “de spreker uit Gorinchem” geregeld het woord. Wie is die man? En kan uit zijn standpunten uit worden afgeleid over hoe Gorcumers tegen slavernij aankijken op dat moment?
Valentine Wikaart-Derkzen schreef vier hoofdstukken. Het eerste hoofdstuk gaat over Mr. Paulus van der Veen, gouverneur van Suriname. Hij werd benoemd in 1696 en ontslagen in 1707. Toch zou hij de geschiedenis ingaan als één van de drie langstzittende gouverneurs. Na zijn terugkeer naar Gorinchem werd hij directeur van de Sociëteit van Suriname en zou tot zijn dood in 1733 zijn kennis en kunde in dienst stellen van Suriname. Toch is over hem maar weinig bekend. Aanleiding voor verder onderzoek.
Het tweede artikel gaat over Magdalena van Gelre, wed. Boxel. Plantagehoudster. De schoonzuster van Van der Veen reisde met het gezin van de gouverneur mee naar Suriname maar had een eigen agenda. Zij zou eigenaresse worden van de plantage’s Soetendaal, Sinabo, Gelre en Boxel. Zij bleef na de terugkeer van Paulus van der Veen en zijn gezin nog drie jaar in Suriname. Daarna bestuurde zij, tot haar dood in 1737, haar plantages van uit Gorinchem.
Aansluitend is de volledige transcriptie opgenomen van het document dat zij op het laatst van haar leven schreef “Voor ijmant die na Suriname wil gaan”. Hierin beschrijft Magdalena over de voorzorgsmaatregelen die je moet nemen als je naar Suriname wilt gaan, geeft ze uitleg over medicatie te gebruiken bij veelvoorkomende kwalen in Suriname en het gebruik van inheemse bomen en planten. Een groot d eel bestaat uit aanwijzingen over hoe een plantage in te richten en hoe je met slaven om moet gaan.
De laatste bijdrage gaat over slavernij in Oost-Indië. De vele maharadja’s, sultans en koningen waren veelvuldig met elkaar in oorlog en boden de overwonnen bevolking te koop aan. Naast de VOC, die zijn compagnieslaven vooral inzetten voor werk in de mijnen en (water-) bouw projecten, was slavernij in alle lagen van de bevolking een geaccepteerd iets. De bekende dominee Jacob Canten Visscher schreef in zijn “Mallabaarse brieven”, “De wet der gewoonte dwingt ons om aan dit alles mee te doen”. Een klein aantal Gorcumers wordt nader beschreven.
Het boek telt 177 bladzijden en is te koop bij de ‘Historische Vereniging Oud Gorcum” voor € 22,50 excl. verzendkosten
#Gorinchem #Slavernij #PaulusvanderVeen #MagdalenavanGelre #plantagesinabo #plantageGelre #plantageBoxel #plantageSoetendael #plantagemisgunst #Heemstkerki #Aron_de_Vries #Suriname #plantage_Misgunst #Cochin #Paulus_van_der_Veen, #gouverneur #Magdalena_van_Gelre