Hendrick Anthonisz. Wissel

Mooi nieuws van het Stadsarchief Amsterdam. “Het archief van de Amsterdamse Wisselbank (1609-1820) is bij Unesco voorgedragen als ‘Memory of the World'. Het gaat om 636 grootboeken uit de periode 1609-1820 die samen een halve kilometer planklengte beslaan. Het streven is ze allemaal te laten restaureren en digitaliseren.” 

De Wisselbank was de eerste centrale bank van de wereld. Het archief beslaat een periode van  1609 tot 1820. Haar functie werd overgenomen door De Nederlandsche Bank.

Wie herinnert het zich niet hoe een buitenlandse vakantie voor 2002 begon met een bezoekje aan de bank of een grenswisselkantoor om de gulden te verwisselen voor bijvoorbeeld francs, marken, ponden, lires of peseta’s? Als je nog verder terug gaat in de tijd dan worden betalingen steeds ingewikkelder want ieder gebied met een eigen gezag had zijn eigen munt. Ten tijde van de Republiek der Zeven Provinciën had iedere provincie haar eigen geld, maten en gewichten, net als sommige steden. In de gemiddelde geldbuidel zaten dan ook munten uit allerlei windstreken maar soms ook kleine klompjes zilver of goud. Bij gouden en zilveren munten was het oppassen geblazen dat er niet “iets” vanaf gevijld was want dan was de munt lichter en niet het volle pond waard. Op oude schilderijen zie je dan ook handelaren met een klein balansweegschaaltje afgebeeld. In een grotere stad met veel handel was een betrouwbare geldstroom onmisbaar. Maar alles begint bij een betrouwbare muntmeester in dienst van een betrouwbare Munt. De Munt van Holland was in Dordrecht maar ook Gorinchem had het recht op Muntslag. 

De geldwisselaar en zijn vrouw, Ouentin Massysm, 1514, collectie Het Louvre
De geldwisselaar en zijn vrouw, Ouentin Massysm, 1514, collectie Het Louvre

Anneke Wissel van Gorcum

 

In het midden van de 16de eeuw woonde Anthonie Wissel met minstens drie zonen, Hendrick, Jan en Marten, in Gorinchem. Mogelijk had hij ook een dochter Anneke. En wat je ook van hun levensloop vindt, ambitie was hen niet vreemd en geld had een grote aantrekkingskracht.

Anneke Wissel was weduwe toen Hendrick Velthuijsen van Deventer, muntmeester van de Groninger Ommelanden, zich in 1583 in Gorinchem vestigde. Hij werd aangesteld bij de Gorcumse Munt voor een periode van tien jaar en het stadsbestuur gaf hem toestemming om munt te slaan voor Don Antonio. Deze verdreven Portugese koning was getrouwd met prinses Emilia van Nassau, dochter van Willem van Oranje en Anna van Saksen en halfzus van prins Maurits. Vanaf 1584 mocht Velthuijsen in Gorinchem ook de munt slaan voor de Ommelanden van Groningen. Anneke Wissel trouwde hem en samen breidden zij de zaken uit. Maria van Brimeu, prinses van Chimey en gravin van Megen, besloot van de Munt gebruik te maken en ook een afgezant uit Engeland kwam een kijkje nemen. Helaas was valsmunterij ook een praktijk die door hen beoefend werd. Aan de eerlijkheid van Hendrick Velthuijsen werd getwijfeld en toen Anneke, als zijn weduwe, het stokje overnam, werd er nog meer geknoeid. Zij overleed in 1585 en werd opgevolgd door Adriaan van Meerlant, die heel wat beter bekend stond. Toen ook deze al snel overleed werd Hendrick Craeyvanger de nieuwe muntmeester. Craeyvanger maakte het zo bont met het vervalsen van geld en het in omloop brengen daarvan dat de Staten-Generaal in 1587 een proces voerden tegen de Gorcumse muntmeester. Naar aanleiding hiervan besloot het stadsbestuur van Gorinchem de Munt te sluiten. Hendrick Craeyvanger kreeg een baan aangeboden als muntmeester in het Gelderse Culemborg en liet Gorinchem achter zich maar niet zijn contacten met de familie Wissel en dan met name met Hendrick

Stadsarchief Amsterdam, ondertrouwaangifte Hendrick Anthoniszn van Gorcum en Lijsbeth Ariens Jacobs van  ‘s-Hertogenbosch
Stadsarchief Amsterdam, ondertrouwaangifte Hendrick Anthoniszn van Gorcum en Lijsbeth Ariens Jacobs van ‘s-Hertogenbosch

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Hendrick Anthoniszn Wissel

 

Hendrick Anthoniszn Wissel was in 1580 naar Amsterdam vertrokken en daar in 1582 getrouwd met Lysbeth Aryaen Jacobsdr van Kerkwijck  uit ’s-Hertogenbosch. Hendrick werd 11 juni 1584 poorter van Amsterdam[i].

Als poorter had hij meer rechten binnen de stad en kon hij zijn eigen handel opzetten, lid worden van een gilde en kreeg vrijstelling van tolbetaling binnen Holland en enkele gebieden daarbuiten. Ook kon hij in aanmerking komen voor een bestuurlijke functie. Hendrick was een van de eerste mannen die bekend stonden als kruidenier, een heel nieuw beroep. Hij handelde in allerlei geïmporteerde artikelen zoals kruiden en specerijen, zuidvruchten, rijst, allerlei verfsoorten, kleurstoffen, tabak, suiker, wierook en oliën. Wonend aan het Damrak, dat toen een levendige haven was, lagen de schepen die deze handel aanvoerden, letterlijk voor zijn deur. Dat de zaken goed gingen blijkt uit de frequente verhuizingen in de eerste tien jaar naar een steeds groter pand. Als laatste pand in Amsterdam kocht hij 28 april 1592 een pand aan het Damrak (nu nr. 50) waar hij ten teken van zijn handel een gaper aan de muur hing.[i] Het pand staat recht tegenover de Beurs van Berlage.

In 1589 was ook zijn broer Jan poorter van Amsterdam geworden en woonde aanvankelijk op het zelfde adres als Hendrick. Ook hij was kruidenier en getrouwd met Jacomijntje Fransdr van Casteren wier vader kruidenier in ’s-Hertogenbosch en later in Gorinchem was. Waarschijnlijk nam Jan langzaam maar zeker de kruidenierszaken van zijn broer Hendrick over.

Amsterdam was “the place to be”. De stad werd overspoeld door rijke handelaren en families uit de zuidelijke Nederlanden die op de vlucht waren voor de Spanjaarden. De ondernemerslust was groot, het geld rolde. Maar niet al het geld was wat het leek. In 1587 bleek dat Hendrick Craeyvanger betrokken was bij het zenden van valse Gorcumse munten naar Amsterdam. Hoewel Hendrik Wissels naam niet in verband met vals geld gebracht wordt, schuurt het wel als zijn zakenpartner, Pieter van der Haghen, een belangrijke financier van de Nederlandse overzeese expansie, in een later stadium wordt gearresteerd wegens verspreiden van vals geld dat geslagen en rechtstreeks aan hem geleverd werd door Hendrick Craeyvanger. Ook duikt vals Zweeds geld op, geslagen door Craeyvanger, bij een koopman genaamd Simon van de Kerckhoven. Is het toeval dat Melchior van de Kerckhove ook een zakenpartner van Hendrick Wissel is? [ii] Zowel Craeyvanger als Van der Haghen belanden in de gevangenis en krijgen na enige tijd gratie. Hendrick Craeyvanger wordt verbannen uit Amsterdam en mogelijk is Van der Haghen dit lot ook beschoren. Hierna vestigde hij zich in Rotterdam.

 

Als poorter had hij meer rechten binnen de stad en kon hij zijn eigen handel opzetten, lid worden van een gilde en kreeg vrijstelling van tolbetaling binnen Holland en enkele gebieden daarbuiten. Ook kon hij in aanmerking komen voor een bestuurlijke functie. Hendrick was een van de eerste mannen die bekend stonden als kruidenier, een heel nieuw beroep. Hij handelde in allerlei geïmporteerde artikelen zoals kruiden en specerijen, zuidvruchten, rijst, allerlei verfsoorten, kleurstoffen, tabak, suiker, wierook en oliën. Wonend aan het Damrak, dat toen een levendige haven was, lagen de schepen die deze handel aanvoerden, letterlijk voor zijn deur. Dat de zaken goed gingen blijkt uit de frequente verhuizingen in de eerste tien jaar naar een steeds groter pand. Als laatste pand in Amsterdam kocht hij 28 april 1592 een pand aan het Damrak (nu nr. 50) waar hij ten teken van zijn handel een gaper aan de muur hing.[i] Het pand staat recht tegenover de Beurs van Berlage.

In 1589 was ook zijn broer Jan poorter van Amsterdam geworden en woonde aanvankelijk op het zelfde adres als Hendrick. Ook hij was kruidenier en getrouwd met Jacomijntje Fransdr van Casteren wier vader kruidenier in ’s-Hertogenbosch en later in Gorinchem was. Waarschijnlijk nam Jan langzaam maar zeker de kruidenierszaken van zijn broer Hendrick over.

 

Amsterdam was “the place to be”. De stad werd overspoeld door rijke handelaren en families uit de zuidelijke Nederlanden die op de vlucht waren voor de Spanjaarden. De ondernemerslust was groot, het geld rolde. Maar niet al het geld was wat het leek. In 1587 bleek dat Hendrick Craeyvanger betrokken was bij het zenden van valse Gorcumse munten naar Amsterdam. Hoewel Hendrik Wissels naam niet in verband met vals geld gebracht wordt, schuurt het wel als zijn zakenpartner, Pieter van der Haghen, een belangrijke financier van de Nederlandse overzeese expansie, in een later stadium wordt gearresteerd wegens verspreiden van vals geld dat geslagen en rechtstreeks aan hem geleverd werd door Hendrick Craeyvanger. Ook duikt vals Zweeds geld op, geslagen door Craeyvanger, bij een koopman genaamd Simon van de Kerckhoven. Is het toeval dat Melchior van de Kerckhove ook een zakenpartner van Hendrick Wissel is? [ii] Zowel Craeyvanger als Van der Haghen belanden in de gevangenis en krijgen na enige tijd gratie. Hendrick Craeyvanger wordt verbannen uit Amsterdam en mogelijk is Van der Haghen dit lot ook beschoren. Hierna vestigde hij zich in Rotterdam.

 

 

1512, huis van Willem Goudt aan het Noordeinde. Van dit huis zijn nog altijd de oude keldergewelven en enkele muren bewaard gebleven. Schets: gemaakt door Peter Roeleveld, naar voorbeeld van historische bronnen en oude tekeningen.
1512, huis van Willem Goudt aan het Noordeinde. Van dit huis zijn nog altijd de oude keldergewelven en enkele muren bewaard gebleven. Schets: gemaakt door Peter Roeleveld, naar voorbeeld van historische bronnen en oude tekeningen.

Hendrick dacht groot. Want naast kruidenierswaren wilde Wissel in bankierszaken. Hij richtte in augustus 1593 een verzoek aan de Staten-Generaal met het verzoek om een Compagnie van Wisselbanken op te mogen richten, die zich met internationale financieringen zou bezig houden [i]. Hij twijfelde er niet aan dat hij goedkeuring op zijn plannen zou krijgen en had vast een passend onderkomen in Den Haag gevonden. Dat werd een huis aan het Noordeinde. Het huis stond op de nominatie om het paleis van Louise de Coligny te worden maar de Staten-Generaal twijfelden te lang waardoor Hendrick Wissel het op 3 september 1592 had gekocht van Mr. Jacob Weitsen. Hij wilde daar zijn Compagnie van Wisselbanken vestigen en het als “oppercomptoirmeester” zelf gaan bewonen. Hij spaarde kosten nog moeite om het pand nog meer aanzien te geven en liet een witmarmeren voorpoort plaatsen. Maar het octrooi voor de wisselbank werd hem nooit verleend en hij kon uiteindelijk de koopsom niet voldoen. Wissel moest in 1594 voor dringende zaken naar Brabant, waar hij in Brussel en Antwerpen contact had met de landvoogd van de koning van Spanje. Deze contacten werden in Holland beschouwd als landverraad en dat maakte het voor Wissel onmogelijk om terug te keren naar Den Haag. Tijdens zijn afwezigheid werd de koop vernietigd en konden de Staten van Holland het alsnog op 11 januari 1595 kopen voor fl  14.900,00. Het huis staat sindsdien bekend als paleis Noordeinde. Zijn huis in Amsterdam had hij in januari 1593 bij Pieter van der Haghen en Hans Merchijs als onderpand gegeven voor een krediet van 9.600 gulden. Het geld zou binnen een jaar afgelost worden en anders werd het eigendom van de twee kredietverstrekkers voor een bedrag van 14.000 gulden en zo geschiedde. Door de verkoop van het pand moest Jan Wissel met zijn gezin ook een ander onderkomen zoeken. Aanvankelijk ging hij in de Kalverstraat wonen waar hij weer de gaper aan de muur bevestigde. Later verhuisde hij naar het Rokin op het hoekje van de Spaerpotsteeg. Daar zou de gaper meer dan 150 jaar aan de muur zitten en de naam van de steeg veranderd zijn in de Gapersteeg.


 

Ondertussen zocht Hendrick Wissel naar andere manieren om geld te verdienen. Hij begon met de steenrijke Pieter van der Haghen een compagnieschap met als doel schepen uit te reeden naar Oost- en Westindië. Eén van hun schepen, met Melchior van den Kerckhove als kapitein, was in 1596 met op de Portugezen buitgemaakte Moren de haven van Middelburg binnengelopen met de bedoeling hen als slaafgemaakten te verkopen. In de Nederlanden mochten christenen niet tot slaaf gemaakt worden en niet-vrije ‘mooren’, zoals men Afrikanen en islamieten noemden, mochten het land niet in. Burgemeester Adriaen ten Haeff stak een stokje voor de verkoop omdat de meer dan honderd mannen, vrouwen en kinderen christelijk gedoopt zouden zijn. Over het lot van deze groep mensen is niets met zekerheid bekend anders dan dat in januari 1597 een aantal van hen in Middelburg zijn begraven[i]. Het zal hen niet de gehoopte vette winst opgeleverd hebben. Desondanks vraagt Hendrick Anthoniszn Wissel de Staten-Generaal op 5 juli 1597 weer om toestemming om ‘met zijn compagnie de schepen St. Jacob, St. Pierre, de Swarte Leeuw en de Drye Coningen te mogen varen naar Oost- en West-Indië en andere verre landen’. Admiraal van de vloot is weer Melchior van den Kerckhove. De Staten-Generaal stemt toe mits zij geen Spanjaarden of Portugezen aan boord nemen. Ook mag niemand vijandig behandeld worden die hun navigatie en hun reis probeert te verhinderen.[ii] In deze goedkeuring ziet Hendrick mogelijk ook een vorm van goedgezindheid jegens hem door de Staten-Generaal en loopt het met dat landverraad, en de daaraan verbonden doodstraf, toch niet zo hoog op. Hij keert terug naar Den Haag, naar het huis waarvoor hij nog steeds geen cent voldaan heeft. Hij accepteerde niet dat het inmiddels verkocht was. Hij viel de prinses en haar hofhouding lastig en in juni 1598 liet hij Louise de Coligny door een deurwaarder uit het Noordeinde zetten, waarna hij het zelf met vrouw en kinderen betrok. Daardoor werd Hendrick Anthonisz Wissel op last van de Staten van Holland gevangen gezet in de Gevangenenpoort in Den Haag en alsnog aangeklaagd wegens hoogverraad, waarvoor hem een executie met het zwaard en confiscatie van zijn goederen te wachten stond. Ook toen kon het gebeuren dat een vonnis lang op zich liet wachten. Tijdens de vier jaar van zijn gevangenschap maakte Wissel het zijn cipiers zo lastig , dat hij op water en brood in ' de ijseren kamer ' werd gezet. Op 18 november 1602 werd hij voor eeuwig uit Holland en West-Friesland verbannen en zijn goederen werden geconfisqueerd. Zonder resultaat probeerde Wissel vanuit zijn nieuwe woonplaats Utrecht herziening van zijn vonnis te krijgen. Hij bewerkstelligt het tegendeel en wordt in februari 1607 voor tien jaar verbannen uit Utrecht wegens laster en verzet tegen de rechterlijke macht. [iii]  In 1612 leeft Hendrick nog. Zijn vrouw krijgt dan als erfgename van haar vader een deel van het land dat hij had nagelaten in Haren bij Megen. [iv] Daarna is Hendrick niet meer terug te vinden. Als zijn vrouw in 1627 in Utrecht komt te overlijden is zij weduwe en laat drie meerderjarige kinderen na.


Voor dit artikel heb ik gebruik gemaakt van :

Dr. S.A.C. Dudok van Heel, “De Gapert” van kruidenier Hendrick Anthonisz Wissel, Damrak 50 “ maandblad voor de kennis van Amsterdam Orgaan van het Genootschap Amstelodamum 63e jaargang, jaargang januari/februari 1976,  

V.C. Wikaart-Derkzen, Slavernij in Oost-Indië, Historische Reeks Oud Gorcum, Gorinchem en Slavernij, Enkele historische verkenningen, Gorinchem 2025

 

Afbeeldingen:

1.https://nl.wikipedia.org/wiki/Bestand:Massysm_Quentin_%E2%80%94_The_Moneylender_and_his_Wife_%E2%80%94_1514.jpg

 2. https://indebuurt.nl/denhaag/toen-in/paleis-noordeinde-door-de-eeuwen-heen-haagse-historie-achter-het-hek~393593/

[1] W.J. Boudestein, Muntslag te Gorinchem 1583-1591, Historische Reeks Oud-Gorcum, nr. 5, 1992

[2] Stadsarchief Amsterdam toegang 5033, invnr. 1 f 4 en toegang 5039 inv.nr. 78 f 62

[3] Stadsarchief Amsterdam (SAA) 5062 inv.nr. 9 f . 91

[4] www.zeeuwsarchief.nl/nieuw-licht-op-de-komst-van-slaafgemaakten-in-middelburg-in-1596/

[5] www.goetgevonden.nl  Resoluties Staten Generaal Vrijdag 26 november 1593 Opde Requeste van henrick Anthonisz wissel Henrick Anthonisz qualitate zoo zy procedeert, beroerende dat zy verzocht heeft In dese landen te mogen oprichten een Comptoir van wissel, Es geappointeert, dat dheeren Staten generael op dit verzueck nyet en connen disponeren. Geraadpleegd 25.1.2026

[6] Henk den Heijer, Het slavernij verleden van Zeeland, mei 2023 Rapport in opdracht van de provincie Zeeland

[7] Resoluties der Staten Generaal deel 9 blz 678 besluit 350

[8] HUA Hof van Utrecht 239-1 inv.nr. 99-5 477v-479v

 [9] Erfgoed ’s-Hertogenbosch 1/1612 Bosch protocol 1486 f 218V

1 februari 2026,  © V.C. Wikaart-Derkzen