Inventaris van de plantage Boxel 1733

 

Samenvatting Inventaris van de plantage Boxel

13-7-1733 

NL-HaNA 1.05.11.14 invnr 165_0250 tot 279

 

inventaris van de plantage van Paulus van der Veen en Maria Magdalena van Gelre wed. A, Boxel incl lijst met slaven. Opgave is gedaan voor Pieter Iman Lips gewezen directeur van de plantage. De plantage ligt aan de rivier van Suriname aan de rechterkant in het opvaren tussen de plantages Vredenburg en Domburg. De omschrijving komt overeen met plantage Boxel.

 

Op de plantage staat crop (wilde verwante soorten vaak groente) koren, taijer, cappeiveris, koffiebonen, riet , een stuk beplant door de negerin Sara met cassave . Een paardenwei, een wei voor hoornbeesten.

Naast het huis is een stenen sluis met goede stenen vleugels, een tentboot van wanehout gemaakt in 1732 met mast en zeil en een opgeboeide oud vier jaar met een tent. Een grote pont van vaderlands hout vol met worm. Een van inlands hout om kain en brandhout te vervoeren, een oude corjaal en nog drie toebehorende de negerin Sara met haar jongens. Een woonhuis lang 75 voet en breed met de voorgalerij 32 voet verdeeld in een voorhuis en twee kamers en onder de galerij een klein vertrekje. Het voorhuis bestraat en de kamers met planken bevloert. Voor het huis een stenen stoep alles van vierkant hout . Het dak is door de houtluis vergeven en moet vernieuwd worden. Verder is het huis goed. Een kokerom staande op grondselen lang 28 voet en breed 24 voet met een galerij vierkanten posten planken omslagen ronde spannen en singels gedekt.

 

·    Een gemakhuis aan drie kanten gemetseld een kant met planken beslagen en met oude engelse singels bedekt

·    Een huiske met plank en omslagen van vierkant hout op grondsiels met singels gedekt waarin een groot dr..nvat oud en onbruikbaar zijnde 't huis        zeer oud.

·    Een korenhuis lang 30 en breed 20 voet staande op grondseels en posten doch zeer oud en de planken meest vergaan

·    Een veehuis lang 30 en breed 20 voet van oud vierkant hout en sparren en riet gedekt. Oud en onbruikbaar.

·    Een molen en kookhuis onder 1 dak lang 140 breed 36 voet staande op grondselen zijne het kookhuis aan een zijde met planken omslagen aan          iedere zijde een galerij van twaalf voet het ene met sparren singels gedekt en t' ander met pannen zijne het molenhuis drie galerijen van 12 voet  breed dienende het ene voor een paardenstal.

 

        Het molen en kookhuis van vierkant hout geraagde sparren en singels gedekt behalve het afdak boven de kookgaten en batterij met pannen gedekt aan de zijde van het kookhuis en steen gebouw lang 48 voet en breed 15 voet verdeeld in drie appartementen. Een v oor de dienaren, een voor magazijn en een voor een kantoortje met ronde sparren en singels gedekt. In het kookhuis staat de apparatuur voor het koken van de suiker.

 

·    Een stenen gebouw verdeeld in 27 negerhuizen lang driehonderd en vierentwintig voet en 17 voet breed ( een grondvlak van ongeveer 3.60 x 5.10 mtr per stuk).  Met klei gemetseld, vierkante balken en de kap van rondhout met Engelse en bolletuij singels gedekt

 

·    2 pallesate negerhuizen met ronde posten en riet gedekt bewoond geweest door de negerin Sara met haar zonen staande achter de beestenmolen op de weide war nu en paardenloods moet komen. En voor de molen een moestuin.

·       Een ijzer merk MG

·       Een zilveren slaven merkijzer

·       Drie halsboeien.

 

 

Mannelijke slaven

1 Quassie, eerste officier oud

  1. Wiel, officier oud
  2. Pieter, timmerman oud en doofachtig
  3. Abram kuiper
  4. Jantje. Kuiper met een stijve vinger
  5. Adam (malat) timmerman
  6. Darij, kanter en zager oud
  7. Capteijn, suikerkoker oud
  8. Congo, kuiper
  9. Wiel oud en afgeleefd
  10. Nero, oud
  11. Dinsdagh oud
  12. Sassou
  13. Quakoe, van geen dienst
  14. Jan, oud
  15. Isaq, oud en suikerkoker
  16. Mars, oud en blin
  17. Oranje, oude molenaar
  18. Rabijn, koewachter oud
  19. Bootsman oud en van geen dienst
  20. Mangelas met krabbejas
  21. Gabbo
  22. Klaasje, suikerkoker en zwaar gebroken
  23. Coffy
  24. Adoe, visser en jager
  25. Piet, creool gewezen kok en lam
  26. Niacojo
  27. Willem, blind
  28. Askaan
  29. 30 Sonno, kuiper
  30. Itganna, kanter en jager
  31. Soebo
  32. Jaloo
  33. Bonjo dramstijler met een dik been
  34. Januarij
  35. Februarij
  36. Joosje, Creool
  37. Sesan, creool
  38. Maiarra, creool
  39. Marquis, creool
  40. Mitaan, creool malinker
  41. Cojo, creool
  42. Maart, kok
  43. April
  44. Mapatt Bossou, creool
  45. Willem ,mulat tegenwoordig op het fortres in de boeijen
  46. Jome, creool
  47. Bossou, oud
  48. Amalin aan de ene zijde lam
  49. Jems creool op het fortres in d boeijen
  50. Arie, creool
  51. Nottie, creool
  52. Premier, creool
  53. Vrijdagh, creool
  54. Primo met de jaas nog onder de leden
  55. November, met krabbejas
  56. Solon, gebroken
  57. Benjamin
  58. Daniel
  59. Jonas, met de jaas
  60. Jupiter
  61. Carel, met de jaas
  62. Coenraad
  63. Frederick
  64. Dirck
  65. Graaff
  66. Thomas
  67. Gerrit, met de crabbejaes
  68. Maurits
  69. Louis
  70. Jaossa
  71. Heragh, met de jaas
  72. Damon
  73. Philander
  74. Tobie
  75. Prins
  76. Allart
  77. Gallant, met seer aan het been
  78. Alombre
  79. Mostafa
  80. Gongoma, met een seer aan 't been
  81. Manuel
  82. Mark
  83. Moor, met een seer been
  84. Mango
  85. Ando
  86. Andacis
  87. Meretin
  88. Pierrot
  89. Lafleur
  90. Charmoes
  91. Han Lequin

 

Wijven

  1. America, oud past op het vee
  2. Diana, oud en van weinig dienst
  3. Jon
  4. Europa
  5. Bebie, oud
  6. Fictoria, oud
  7. Gratia, oud en werk in de tuin
  8. Atarina
  9. Flora
  10. Judick
  11. Dina
  12. Farie, oud en afgeleefd
  13. Sybilla, creool
  14. Comba
  15. Baunga, in de keuken
  16. Marie, creool
  17. Bojo, met ongeneeslijk zeer
  18. Mimie, creool
  19. Sara, op het fort in de boeien
  20. Eva, Creools met de pokken
  21. Lora, creool
  22. Aminba, creool
  23. Toeteba, creool in huis
  24. Eisebooij
  25. Wikie
  26. Pauwossie
  27. Agossie
  28. Midjobooij
  29. Benounou
  30. Auwitje
  31. Selie, ziekelijk
  32. Sequie
  33. Rosalina, creools
  34. Rosetta, creools
  35. Helena, creools
  36. Cato, creools
  37. Lucia, creools met een zere voet
  38. Margo, creools
  39. Pauina, mesties, creools in huis
  40. Rika, creool zwaar
  41. Trowe, creool
  42. Bebie, creool
  43. Adjouba, creool
  44. Junij, creool
  45. America, creool
  46. Anna, creool
  47. Phines, creool
  48. Aulo
  49. Amerensie
  50. Rosa, met de jaas
  51. Lavilliere
  52. Keti
  53. Jacoba
  54. Betie
  55. Venus
  56. Clarinda
  57. Juno

 

Jongens

  1. Caron, creool
  2. Leeuwarden, creool
  3. Harlingen, creool
  4. Coridon, creool
  5. Geluk, creool

 

Meisjes

  1. Lijsbet, creool
  2. Wiewaart, creool
  3. Dorothea, creool
  4. Cornelia, creool

 

De voornoemde slaven zijn voor de grootste helft voorzien van dagelijks werk en gereedschap voor het houwen, kapmessen, bijlen en potten etc. Opzij van de nieuwe loossluis ligt een groot stuk land voor de negers dat door hen beplant wordt met Cassave, bananen, Faijers etc.

 

Jaas is een tropische infectieziekte waarbij framboosachtige groeisels op de huid ontstaan. Iets dat zich vaal ontwikkeld bij nieuwe slaven.

 

Krabbejas is een ziekte waarbij water in de gewrichten zit. Vandaag de dag wordt het gebruikt voor schurft