Nicolaas Colf, kapitein op Banda

Even vlug een mailtje sturen was er in 1600 nog niet bij. Gelukkig maar, want anders hadden we niets geweten over het reilen en zeilen van de VOC. Alles werd gewoon nog op papier geschreven en met schepen vervoerd. Meer dan 170.000 poststukken uit de periode 1602-1795 uit Oost-Indië zijn bewaard gebleven in het Nationaal Archief. Eenmaal in Nederland zijn ze per jaar en per handelspost gebundeld ingebonden in boeken die méér dan lijvig zijn. Op zoek naar het lot van Gorcummers probeer ik mij daar een weg door te banen, maar dat vereist veel voorbereiding thuis. Als dan eenmaal de eerste boeken over de balie schuiven ben ik altijd vol verwachting. De banden zijn zwaargewichten en proberen mij steeds te verleiden tot het lezen van de stukken. Maar als ik mijn doel wil halen, moet ik hard zijn voor mijzelf en zo snel mogelijk zoveel mogelijk informatie aan hen ontfutselen. Dat kan maar op één manier. Alles in hoog tempo fotograferen en thuis op mijn gemak na gaan zitten lezen.

 

overgekomen post van de diverse kantoren. Nationaal Archief 1.04.02
overgekomen post van de diverse kantoren. Nationaal Archief 1.04.02

Ambon was tot de stichting van Batavia de hoofdvestiging van de VOC. Er is een lijst bewaard gebleven met de namen van officieren en soldaten die in 1619 op Ambon waren. Bingo, er staat een man uit Gorcum op. Claes Colf, aangekomen met de Aeolus, is werkzaam als sergeant. Er gaat een belletje rinkelen. Ik vond recent in het archief van Gorinchem en merkwaardig aandoend verhaal over een Nicolaas Colf en Claes is de dagelijkse variant van het sjiekere Nicolaas. Zou het dezelfde zijn? Het lijkt onwaarschijnlijk omdat de akte in Gorinchem opgemaakt werd in 1675. Zesenvijftig jaar is bijna een mensenleven in die tijd.

 

Fort Victoria Ambon. Bron Atlas of Mutual Heritage
Fort Victoria Ambon. Bron Atlas of Mutual Heritage

 

 

Claes vertrok in april 1613 als sergeant met de Kleine Aeolus. Stad- en leeftijdsgenoot Hendrick Bruijstens had als opperkoopman het gezag op dit schip in handen. In principe hadden soldaten geen taken aan boord omdat zij primair naar Indië gingen om de Nederlandse vestigingen te bewaken en te verdedigen. Het zal een saaie reis geweest zijn, die ook nog eens financieel niets opleverde. Er werd immers pas betaald als je werkte. Bovendien had de reis, zelfs voor die tijd, ongewoon lang geduurd. Pas in november 1614, dus anderhalf jaar na vertrek, kwamen zij aan in Bantam. Hij werd op enig moment geplaatst op Ambon. Het moet een levendig stad geweest zijn met een komen en gaan van schepen en handelaren. Het was het middelpunt van de handel in kruidnagels, nootmuskaat en foelie. De stad werd verdedigd vanaf het fort Victoria waar ongetwijfeld ook zijn onderkomen was. Het fort werd eind 16de eeuw gebouwd door de Portugezen en werd ten gevolge van een vulkaanuitbarsting in 1754 grotendeels vernield.

Op zoek naar de sporen van Claes Colf bleek al snel dat dat hij een opvallende persoonlijkheid was. Er doen wat verhalen over hem de ronde die, waar of niet, ik u niet wil onthouden. Ze waren bijzonder genoeg om ca. 100 jaar na dato in het boek over Ambon en Banda van ds. François Valentijn opgenomen te worden.

 

Claes verdiende 16 gulden per maand en kreeg kost en inwoning. Geen vetpot maar met een bescheiden leefstijl te doen. Doch: Claes had andere plannen en behoeften, want hij werd verliefd. Zijn beoogde lief was de weduwe van een koopman en zat behoorlijk in de slappe was. Hoe kon hij haar er toe aanzetten om met een arme sloeber te trouwen? Volgens Valentijn ingegeven vanuit schaamte voor het feit dat hij niets bezat, verzon hij een list. Hij liet zijn kist, die al zijn persoonlijke bezittingen zou moeten bevatten, vullen met zware stenen. De matrozen die de kist van boord moesten zien te tillen, kregen een steekpenning om er voor te zorgen dat de kist bij het over hijsen in zee zou vallen. “Gelijk tot zyn groote blydschap inwendig, hoewel tot zyn groote droefheid uitwendig geschiedde”. Het huwelijk werd gesloten, ondanks dat het uitkwam.

 

Het grote, levendige Ambon werd ingeruild voor Banda. Nicolaas deed zijn werk tot volle tevredenheid en zag kans om van sergeant bevorderd te worden tot luitenant en nog later zelfs tot kapitein. Zijn salaris ging natuurlijk . Zijn salaris ging natuurlijk evenredig omhoog naar fl 80,00 per maand en de emolumenten waren ook niet mis. Een mooie dienstwoning, eten van goede kwaliteit met 7 kannen wijn en 7 pond kaarsen, specerijen en de beschikking over een stuk of 10 slaven.

Banda Neyra.  Bron Nationaal Archief
Banda Neyra. Bron Nationaal Archief

In 1627 werd Pieter Vlak benoemd tot gouverneur van Banda. Een medische dokter die, in de korte tijd dat hij op Banda zat, veel goed gedaan schijnt te hebben. Hij is het geweest die de allereerste perken of kleine stukken land uitdeelde aan ex-werknemers of hun afstammelingen en die alle nootmuskaat en foelie tegen een vastgestelde prijs aan de VOC moesten verkopen (de zogenaamde perkeniers). Op 28 juli 1627 besloot Vlak per boot een inspectietocht te gaan maken naar het Hogeland in gezelschap van o.a. opperkoopman Jacques Zenepaar, geheimschrijver Isaac van der Voord en Nicolaas Colf. Hun scheepje werd onderschept door de vijandige Bandanezen, die hun toevlucht hadden gezocht op het ruim tweehonderd kilometer verderop gelegen eiland Ceram en hen daar in het dorp Kellibon in slavernij hielden. Onderhandelingen over hun vrijlating werden opgestart maar Banda was niet in de mogelijkheid om aan de gestelde voorwaarden te voldoen omdat die buiten hun beslissingsbevoegdheid lagen. Ondertussen was het voorval aan landvoogd (en voormalig stadsgenoot) Jan Jansz. van Gorkum op Ambon ter ore gekomen en hij vertrok met een vloot van 12 coracora’s op 1 oktober naar Banda. Door het slechte weer moest hij terug, waardoor het nog tot 23 oktober duurde voor hij met 9 coracora’s op Banda aankwam. Na het verhaal aangehoord te hebben, vertrok hij naar Kellibon waar hij op 1 november aankwam en op 2 november het dorp aanviel. Er vielen harde woorden en veel dreigementen waarna de bevolking van Kellibon eieren voor haar geld koos en de zieke en verzwakte Vlak, Van de Voord en Colf uitleverde. De opperkoopman had een vluchtpoging ondernomen en was waarschijnlijk verdronken. Na een herstelperiode op Ambon vertrok men weer op 22 december naar Banda maar niet zonder iedereen die aan hun vrijheid had meegewerkt vorstelijk te belonen met gouden penningen.

 

Volgens Valentijn gebeurde hierna iets heel bijzonders en ik citeer in moderner Nederlands: “Het was een dappere man aan wie de bestuurders zich veel gelegen lieten liggen. Zo veel zelfs dat hij, nadat hij zonder directe opdracht van hoger hand, een vesting had veroverd en als straf daarvoor in de boeien geslagen werd en naar Batavia gezonden werd voor een strafproces, ze hem niet alleen van vervolging ontsloegen maar hem een zware gouden ketting om zijn hals hingen en deze dappere held onder een quitasol (een zonnescherm) van de Staat, door Batavia voerden zodat iedereen van zijn daden zou horen. Daarna zonden ze hem terug naar Banda. Aangekomen moest hij weer de ijzeren ketting om zijn been doen en de gouden ketting in een daarvoor gemaakte kist leggen. De landvoogd, die hem zo onrechtvaardig had behandeld, moest hem van het schip halen en met hem naar de smid lopen, ondertussen zelf de kist met de gouden ketting dragend, om hem van de ijzeren ketting te laten ontdoen en hem dan zelf de gouden ketting om te hangen.

Ook mocht hij zich niet meer met het werk van de kapitein bemoeien want per slot van rekening wist die zelf meer van krijgszaken dan een landvoogd.” Kort hierna zou Nicolaas Colf hebben gekozen voor een burgerbestaan op Banda. Op 30 december 1641 komt hij hier nog voor in de kerkpapieren.

 

Op 8 april 1675 verklaarden Griettie Jans van Gelder, huisvrouw van Pieter Bolkman, oud 78 jaar en Lesken Jans, huisvrouw van Claes Lever, ongeveer 68 jaar, in Gorinchem op verzoek van Machiel Spee - brouwer binnen de stad - onder ede dat zij Niclaas Colf gekend hebben die naar Oost-Indië is gevaren. Hij was  genoemd naar zijn moeders vader Niclaas Colf, gewoond hebbende in de Hoogstraat in het huis de Gulden Cop. Zijn moeder was Lijsbet Colf en zijn vader was Hendrick Jongens. Hij had een zuster genaamd Geertruij Jongen die de moeder was van Machiel Spee. Niclaas Colf was zijn volle oom geweest. Samenvattend verklaarden zij ook dat Lesken dit allemaal wist omdat zij tegenover de familie had gewoond en bij Griettie had, gedurende 24 jaar, Baltus Colf, oom van Nicolaes Colf, ingewoond. Omdat Machiel Spee de enige nog levende van de familie was, was hij dus de enige erfgenaam is van zijn oom Baltus.  Ik reken even na. 1675 - 68 (leeftijd Lesken) betekent 1607 als geboortejaar van Lesken. Nicolaas vertrok in april 1613. Toen was Lesken hooguit 6 jaar. Ze moet dus wel een heel goed geheugen hebben gehad.

 

Nootmuskaat en foelie. Kunstwerk van Tineke Fischer uit 2018 in het Westfries Museum. Eenkunstwerk van 140 nootmuskaat-noten die lijken te zijn aangespoeld op het strand. Ze zijn een verwijzing naar het drama dat zich afspeelden op de Banda eilanden.
Nootmuskaat en foelie. Kunstwerk van Tineke Fischer uit 2018 in het Westfries Museum. Eenkunstwerk van 140 nootmuskaat-noten die lijken te zijn aangespoeld op het strand. Ze zijn een verwijzing naar het drama dat zich afspeelden op de Banda eilanden.

Naschrift: François Valentijn werd tweemaal uitgezonden naar Indië. Eenmaal terug, schreef hij Oud en Nieuw Oost-Indië. Dit werk bestaat uit 5 delen, 5.144 bladzijden en 1.050 illustraties en geeft een gedetailleerd overzicht van de geschiedenis van de VOC tot ca. 1720. Hij woonde tussen 1686 en 1694 op Ambon en in 1694/1695 op Banda. Van 1707 tot 1712 woonde hij weer op Ambon. Zijn informatie haalde hij uit alle mondelinge en schriftelijke bronnen die hij maar te pakken kon krijgen en waarvan veel de tand des tijds niet heeft overleefd. Daardoor is het niet altijd makkelijk om zijn informatie te controleren. Bovendien was hij befaamd om zijn gevoel voor humor en zo’n verhaal als van Colf met de kist en later zijn gouden ketting zal hij zich niet makkelijk hebben laten ontglippen. Lees ze dan ook met een glimlach. Claes (of Nicolaas zoals hij later in de bronnen voorkomt) heeft aantoonbaar carrière gemaakt tot kapitein, woonde inderdaad op Banda en was getrouwd. In december 1627 werd vanuit Batavia opdracht gegeven aan de gouverneur van Banda om Nicolaas op te zenden naar Batavia vanwege zijn onverklaarbaar ergerlijk hoge verbruik van kruit. Dat moest zwaar bestraft worden, vond men. Eer dat hij daar daadwerkelijk aankwam, waaide er al weer een andere wind - als we Valentijn moeten geloven. Een veroordeling is niet gevonden. Pieter Vlak moest ook meekomen om grondig overhoord te worden over hun gijzeling. Hij bleef in Batavia en trouwde al snel met de schoonzuster van Jan Pietersz Coen. Hoe grappig het verhaal ook is, het blijft goed om ons te realiseren dat in de jaren dat Colf op Banda zat, de inheemse bevolking daar een genocide onderging. Als legerkapitein, die bekend stond om zijn werkethos, is het niet anders dan dat hij daarbij ook zijn handen uit de mouwen zal hebben gestoken.

 

Bronnen:

VOC archief 1.04.02.1069 Nationaal Archief

ORA 177 f 105, 105v Regionaal Archief Gorinchem

DAS register, http://resources.huygens.knaw.nl/das

François Valentijn, Oud- en Nieuw Oost Indië deel IIIB

 

Dr. H.T. Colenbrander, Jan Pietersz Coen, bescheiden omtrent zijn bedrijf in Indië, deel 1 t/m 7b

 

Copyright: V.C. Wikaart-Derkzen, december 2019.