De VOC met betrekking tot Gorinchem in voorlopige cijfers

•       Tussen 1602-1795 ca. 1500 uitreizen bekend van mannen die opgeven uit Gorinchem te komen.

•       Ca. 1200 mannen verlieten stad, huis en haard. 125 deden dit 2 keer, minimaal 30 vertrokken 3 keer, 7 vertrokken 4 keer, 4 mannen vertrokken 5 keer en minimaal 1 man verliet 6 maal Gorinchem om naar de Oost te gaan.

•       473 vertrokken voor de Kamer Amsterdam, 112 met de Kamer Delft, 49 voor de Kamer Enkhuizen, 40 voor de Kamer Hoorn, 201 voor de Kamer van Rotterdam en 647 met de Kamer van Zeeland. Van 5 personen is het onbekend.

•       570 stierven in Azië, 104 stierven aan boord en 11 kwamen om omdat het schip verging.

•       25 tekenden wel maar waren absent bij afvaart

•       46 vermist, 10 weggelopen, 2 vermoord, 1 doodstraf, 7 werden vrijburger, 100 lot onbekend

•       = 776 niet terug naar Gorinchem en van 100 onbekend.

•       65% is zeker niet terug gekomen, 8% onbekend. Slechts 27 % van de mannen kwam terug naar Holland.

•       Van 1018 mannen is een schuldbrief bekend. Van 230 mannen is het zeker dat zij er geen hadden. De rest is onbekend.

De beroepen waren nog al divers maar het merendeel gaat als soldaat al dan niet in rang.

adelborst           94

assistent            12

blikslager           1

blokmaker         4

boekhouder      1

bootsgezel         10

bootsman          1

bootsmansmaat             6

bosschieter       156

bottelier             14

botteliersmaat  10

commandeur der soldaten         3

derde meester  4

derde stuurman             1

derde waak       3

draaier 1

eerste lanspassaat         1

glazenmaker     1

gouverneur       1

grofsmid            3

hooploper         65

huisslootmaker 2

huistimmerman             13

jongen  15

jongmatroos     62

kanonnier          2

kladschilder       1

kok        7

koksmaat           4

konstabel           3

konstabelmaat 23

koperslager       2

korporaal           23

kuiper   2

kwartiermeester            34

lanspassaat       16

leggermaker      1

loodgieter          3

luitenant (militair)          1

luitenant (zeeman), en opperstuurman 1

matroos             301

metselaar          5

molenmaker     1

onderbarbier    1

onderchirurgijn 1

onderkoopman 8

onderkuiper      5

ondermeester  7

onderstuurman 5

onderzeilmaker 7

oploper 17

opperchirurgijn 2

opperkonstabel 1

opperkoopman 1

opperkuiper      10

oppermeester  5

opperscheepstimmerman          9

opperstuurman 4

opperzeilmaker 9

patroontasmaker           1

predikant           2

provoost            8

rademaker        1

roerslotenmaker            1

scheepskorporaal          4

scheepstimmerman      5

schieman           3

schiemansmaat 1

schipper             8

schrijnwerker    1

sergeant             12

slotenmaker      2

smid     1

soldaat               344

sousluitenant    1

tamboer             14

timmerman       11

tinnegieter         1

trompetter        1

tweede chirurgijn           1

tweede meester             1

tweede onderchirurgijn 1

vaandrig             1

varensgezel       1

verstekeling       1

wagenmaker     1

zeilmaker           4

ziekentrooster  13

onbekend          37

 

Pas vanaf ca. 1700 is het merendeel van de personeelsadministratie bewaard gebleven. Ca. 1.000.000 mensen komen daar, in de periode van 1700-1795, in voor. Op basis van het bekende aantal schepen dat uit gereed werd en de daarbij verwachte personele bezetting is de raming dat gedurende de 17de eeuw ca. 500.000 mensen aan boord zijn gegaan. Aanvankelijk vertrok de vloot twee keer per jaar later drie keer. V oor Gorinchem is geïnventariseerd hoeveel mannen per jaar vertrokken. De aantallen voor de 17de eeuw benaderen de werkelijkheid niet. Gegevens hierover moeten uit secundaire bronnen komen.

 

Na een eerste snelle inventarisatie zijn een aantal mannen “met verhaal” gebleken:

              Hendrick Jansz. Bruystens. Vertrok als opperkoopman in 1614. Werd na zijn dienstverband vrijburger van Batavia met een kaperbrief. Kwam in aanvaring met Coen en werd in zijn opdracht onthoofd in 1629

              Jan Jans Bruystens. Vertrok in 1616 als assistent, kwam in 1619 terug na ontslag en werd buiten gage terug gestuurd. Werd kaper in dienst van de Admiraliteit en vertrok midden 1630 naar Indië om verhaal te halen over de dood van zijn broer.

Jan Jans van Gorcum vertrok in 1616 als kapitein naar Bantam. Was betrokken bij de stichting van Jakatra, ging als eerste naar Mocca om handel te drijven en werd Gouverneur van Ambon. Kwam in 1628 terug naar Gorinchem en had daar de lakenververij “De rode hand” op de Kortendijk. In 1634 werd hij opnieuw uitgezonden als Gouverneur van Ambon war hij in 1641 overleed.

              Cornelis Dionysius Krayenhoff verliet Gorinchem in 1767 als onderkoopman en werd gezagvoerder te Galle. Hij staat afgebeeld op een schilderij en gold als een goede bestuurder aarover het nodige bekend is.

              Joannis van Wolphersdijk vertrok in 1707 a/b van de Vaderlands Getrouw. Aan boord was ook ontdekkingsreiziger Jacob Roggeveen. Over de reis is een boek geschreven

              Dirk van der Wall en Willem van der Ven voeren in  1761 uit met de Jonge Lieve, Johannes Olens en Stephanus Strijkenberg vertrokken met het zelfde schip in 1767. Van beide tochten is een spannend reisverslag.

Er zullen er ongetwijfeld nog meer blijken te zijn met een mooi verhaal.

Daarnaast zijn er schepen geweest bij de VOC met de naam Gorcum en zijn er in de Oost een aantal bouwwerken en foritficaties te vinden die naar Gorcum genoemd zijn.